Olympus
Hij
vertelt me van zijn vijftien vuilniszakken vol leven
die vooral ΄s nachts rondzwerven.
Ergens wacht een gouden kuil waarin geen zin
verkeerd kan vallen. Adonis krimpt.
Ik weet niet hoe hem groter te bewaren dan in
het schilderij hier aan de muur. Er is een
lege plek, een gouden kuil om de hoek van de lijst op
het eind van een verhaal. Ik zou ze oppakken, vijftien
vuilniszakken vol waarin geen zin verkeerd kan vallen,
ik zou hem oppakken, vertellen van helden van goden die
niet huilden, zelfs niet in de naam van de vader van de zoon
van de geest van de moeder van het kind - wat is geweest -