Das Lied von der Erde II
II (ALMERE)
In de stilte hier kraken de bomen.
Sinds die dag heeft de tuin zijn grenzen verlegd
geen schutting om de wind te vangen,
immers altijd uit zee.
Over het gras, richting de flauwe bocht naar
rechts stokt het licht. De meidoorn bergt de sporen en
een kapotte bal. Drie huizen verder slaapt het kind,
de honden zwijgen.