Lammenschans
‘Ik weet 'n wonder’
zei ze
‘ik weet een station met één perron
waar je a-ll-e kanten op kunt’.
Het waaide niet eens
er vielen geen spelden
de nacht draaide zich
lijzig nog eens behaaglijk om
in de wetenschap dat het
god uiteindelijk ook niet donderde
welke kant ze opgingen:
thuis kwamen ze toch wel.