Sunt Lacrimae Rerum
Driemaal hem aangeroepen vandaag,
een onverdraaglijk lawaai van jou waar ik
ook ging, wind achterna wind vooruit om het even:
uiteindelijk opgeteld stond alles stil, heb ik
de stad platgefietst, je overal gezocht maar
nergens vond ik je voetstappen weer.
‘Er zijn tranen voor de dingen’ riep de merel in
het voorbijgaan waar hij allang niet meer floot, juist
voordat ik de bochten afsneed en
Jezus Jezus Jezus
zeker wist
dacht dat ik je zag.
(2 september 2009, Meulenhoff's dagkalender van de poezie 2009)